Liefde in tijden van eenzaamheid, in nrc.next

Iets geven wat je niet hebt, iets ontvangen wat niet gegeven kan worden. Zonder de ander te bedriegen. Dat is liefde, beweert psychoanalyticus Paul Verhaeghe in Liefde in tijden van eenzaamheid. In dit boek geen regulier zelfhulpproza maar een doorwrochte psychoanalytische beschouwing van de hedendaagse seksuele verhouding tussen mannen en vrouwen. Een ding is duidelijk: de mens is een tragische figuur, en zijn tragiek openbaart zich nergens zo krachtig als in zijn verlangen naar eenwording met een ander.

Simpel geformuleerd komt het er op neer dat we ons leven lang tevergeefs op zoek zijn naar de verloren preverbale liefde tussen moeder en kind – de oervorm aller liefdes. Dit verlangen maakt ons volgens Verhaeghe tot de meest passionele, gedreven wezens die ooit op deze planeet hebben rondgelopen. Het zoeken naar en nooit vinden van de oerliefde vormt de grondslag van cultuur: al zoekende schrijven we poëzie, bedenken we religie en bedrijven we wetenschap.

Tweede struikelblok is de koppeling tussen liefde en lust. Lust, de drift, is eenzijdig gericht op het eigen genot (ook als dat via het zien genieten van de ander gebeurt). Liefde is gericht op de ander. Verhaeghe beschrijft voorbeelden die deze worsteling verbeelden. De ‘hyperburgerlijke echtgenoot’ die zijn vrouw oftewel als de verheven madonna, oftewel de-laag-bij-de-grondse hoer kan zien – een middenweg bestaat niet. Of de vrouw bij wie de lastige koppeling tussen liefde en lust zich manifesteert wanneer zij zich met de moederrol identificeert en dit niet kan rijmen met haar seksualiteit.

In dit moeras van conflicterende oerdriften zijn volgens Verhaeghe twee soorten liefdesrelaties mogelijk. De spiegelliefde waarin geliefden tevergeefs verwachten dat ze elkaars tekort opvullen. De andere liefdesvorm wordt de triangulaire liefde genoemd omdat drie elementen een rol spelen: ik, de ander en het tekort. Het komt er op neer dat je elkaar anders laat zijn omdat je nooit kunt geven wat de ander mist.
Dat betekent niet dat er niets gegeven of gekregen kan worden – zie de mysterieuze bewering aan het begin van dit stuk. Verhaeghe illustreert dit met een aantal voorbeelden die niet toevallig ouder-kindrelaties betreffen: de vader die zijn zoontje laat winnen met voetbal, de zevenjarige dochter die na ontdekking van de sinterklaascadeaus verbazing veinst op pakjesavond.

Ook in liefdesrelaties komt het voor dat mensen elkaar ontzien of laten winnen, en aldus iets geven wat ze niet hebben, ontvangen wat niet gegeven kan worden. Maar makkelijker dan bij de verhouding tussen een ouder en een kind gaat het tussen geliefden om eigenbelang. Als een man liegt dat zijn vrouw nog steeds zo slank is al altijd, heeft het eerder te maken met de vermoeienis over haar gezeur dan met liefde.
Het kan minder cynisch. In de roman Identiteit van Milan Kundera schrijft een man anonieme liefdesbrieven aan zijn eigen geliefde om haar over haar onzekerheid over haar leeftijd te helpen – een onzelfzuchtige daad. Maar zoals het vaak gaat met goede bedoelingen keren ze als een boemerang terug. De vrouw houdt de brieven geheim, gedrag dat de man interpreteert als haar bereidwilligheid tot overspel.

Genoeg weeffouten die ons ongeschikt maken voor de liefde. Zo bezien is het niet vreemd dat het aantal alleenstaanden de afgelopen decennia de pan uit is gerezen – tegenwoordig staat het ons immers vrij er niet meer aan mee te doen.
Verhaeghe ontwaart nog een complicerende factor die bijdraagt aan het groeiende aantal eenzame zielen dat ronddoolt op de hedendaagse liefdesmarkt: het verdwijnen van de vaderlijke autoriteitsfunctie. Hierdoor ontbreekt het zonen aan een identificatiefiguur. Gevolg: mannelijke puberende dertigers en veertigers die bang zijn voor vrouwelijke dominantie, en eenzame vrouwen die hun heil zoeken bij de oudere man.

Hand in hand met het wegvallen van de vaderlijke autoriteitsfunctie gaat het langzaam verdwijnen van het collectief: van clan naar kleinere patriarchale familie naar kerngezin naar het ik – de egocratie. Aan onze behoefte aan een richtlijn – hoe te leven/zijn – kan worden voldaan door een zogenaamde peer group – gothic, gabber, skater. Alleen maakt lang niet iedereen deel uit zo’n groep.

Dan komt Verhaeghe met een pijnlijk herkenbare beschrijving van onze collectieve geestelijke gesteldheid: de hunkering naar een vast ankerpunt heeft tot gevolg dat de hedendaagse mens bij uitstek als hysterisch kan worden omgeschreven. Met hysterisch bedoelt hij: verdeeld door een veelheid aan verlangens die steeds van buitenaf komen en dus vervreemdend werken, waardoor we op zoek zijn naar een één makende, alles garanderende factor. ‘De moderne hysterie wil een grote Ander, bij wie het veilig zitten is, achterop de fiets.’ Iets of iemand om in te geloven.

Nu kan en wordt aan die behoefte op talloze manieren invulling gegeven, middels yoga bijvoorbeeld, geloof in de wetenschap of excessief uitgaan met bijbehorend middelengebruik. Die grote Ander wordt ook gezocht in de liefde. Ik weet nog goed hoe ik daar zat, achterop de fiets bij mijn eerste Ander, de ochtend na onze eerste nacht samen. Het was het begin van mijn liefde voor de liefde.

Uit de groeiende markt van datingssites, datingbureaus en allerhande (speed)date-initiatieven blijkt dat dit niet alleen voor mij geldt. Al zegt elke rechtgeaarde single dat hij of zij het prima naar zijn zin heeft alleen, dat een partner iets toe moet voegen en anders maar niet, lijkt geluk in de liefde nog steeds de heilige graal van deze tijd.

Filosoof Jan Drost betoogt in zijn boek Het romantisch misverstand dat de romantiek de vijand van de liefde is. Volgens Drost moeten we ons niet laten misleiden door het romantische adagium ‘je gevoel volgen’. Een terechte en zinnige opmerking die helaas weinig gehoor zal vinden. Het is een zienswijze die getuigt van een geloof in de menselijke ratio, een functie die in ieder geval op het gebied van relaties tussen mannen en vrouwen vaak volkomen uitvalt. Met liefde heeft dat weinig te maken, met seks des te meer.

Want combineer je de zoektocht naar liefde met het door Verhaeghe beschreven hedendaagse neoliberale gebod om toch vooral te genieten, dan jaag je lust-vermomd-als-liefde na. En stel dat je wél in staat bent liefde te vinden die niet alleen op seksuele aantrekkingskracht gegrond is, hoe moet je de grootheid opbrengen je eigenbelang zo nu en dan ondergeschikt te maken wanneer je bent grootgebracht met een kunstmatig opgepompt ego? Een avondje televisie op RTL 5 met Dames in de dop, Oh, oh, Tirol en Echte meisjes in de jungle laat zien wat er gebeurt wanneer je mensen met een fragiel en narcistisch ego bij elkaar zet: momenten van liefde en haat wisselen elkaar in een razend tempo af en worden (meestal onder invloed van drank) extreem intens beleefd.

Arnon Grunberg merkte in een column op dat Drost in zijn analyse voorbij gaat aan de masochistische neiging van de mens: we vinden het fijn om te lijden in de liefde. Misschien is het eerder zo dat we ons lijden verheerlijken om de liefdesrampspoed zin te geven. Zo gaan we vanzelf van dat lijden houden. Freud drukte dat zo uit: ook al klaagt iemand over zijn neuroses, wanneer je ze af probeert te pakken verdedigt hij ze zoals een leeuwin haar welpen. En dat geldt misschien ook voor de eeuwig imperfecte geliefde: met terugwerkende kracht verzinnen we een goede reden voor onze keus en daarin volharden we. Met liefde of met de tanden op elkaar.

Liefde in tijden van eenzaamheid, Paul Verhaeghe, De Bezige Bij, E 18,50

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s